Posts tonen met het label Giessen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Giessen. Alle posts tonen

donderdag 7 mei 2015

Patroniemen als voornamen (1)

Het komt niet zo heel vaak voor, dat patroniemen als Jansse en Peeters als voornaam worden gebruikt. Maar in sommige doopboeken uit de achttiende en negentiende eeuw gebeurt dat wel. Het gaat dan uitsluitend om doopboeken van de nederduits-gereformeerde gemeenten. Het eerste voorbeeld komt uit het doopboek van Almkerk (DTB 1). Op 18 december 1735 wordt aldaar gedoopt: Hendrik Mattijsse, zoon van Willem Hendrixe van Gorp en Anna de Bruijn:


Niet duidelijk is waarom de tweede voornaam niet gewoon Mattijs is. Zo'n patroniem als voornaam schept verwarring. De dopeling heet Hendrik Mattijsse van Gorp en je zou zo maar kunnen denken, dat zijn vader dus Mattijs heet, maar dat is niet zo: zijn vader heet Willem!

Op 25 december 1745 is te Klundert gedoopt (DTB 3): Pieter Cornelisse, zoon van Joseph Laforet en Maria van Toren:


Ook nu is niet duidelijk waar de tweede voornaam vandaan komt.

Op 25 juli 1756 is te Dongen gedoopt (DTB 13): Jacob Peeterse, zoon van Wouter Venis en Adriana Witte:


Bij de doop van Fop Peeterse te Giessen op 11 september 1803 (DTB 1), zoon van Hardenburg Daggelders en Maike van Pelt, is wél duidelijk waar zijn voornamen vandaan komen, als getuige treedt op: Fop Peeterse Daggelders. De voornaam én het patroniem van de getuige zijn beiden als voornamen gebruikt voor de dopeling:


Tenslotte nog een voorbeeld uit het doopboek van Aalburg (DTB 1 Wijk). Op 10 juni 1792 wordt aldaar gedoopt: Jan Pieterse, zoon van Gerrit de Graaf en Maijke Blijenberg:


Je zou denken dat het gebruik van patroniemen als voornaam sinds de invoering van de burgerlijke stand in 1811 afgelopen is. Niets is minder waar: Zelfs tot ver in de tweede helft van de negentiende eeuw komen patroniemen als voornaam voor. Hierover meer in het blog van volgende week.

donderdag 25 december 2014

De juiste achternaam van de bruidegom

De achternaam van een bruidegom lijkt vanzelfsprekend en dat is hij meestal ook, nl. de achternaam van de vader of eventueel de moeder. Maar als de bruidegom met bijzondere voornamen wordt geboren, of als hij een samengestelde achternaam heeft, wordt het een ander verhaal. Kijk bijvoorbeeld eens naar de huwelijksakte van Jan van Doveren van Andel, geboren Wijk 21 september 1846, die op 8 oktober 1880 te Wijk en Aalburg trouwt met Bastiana Susanna Uithoven:



De bruidegom heet van Doveren van Andel, zijn vader heet van Doveren en zijn moeder heet van Andel. Er lijkt dus een naamsverandering te hebben plaatsgevonden en dat is ook zo, zoals blijkt uit zijn geboorteakte: 

Uit de kantmelding bij de akte blijkt, dat bij Koninklijk Besluit van 10 december 1847 aan de vader van Jan toestemming is verleend om Jans achternaam te wijzigen in van Doveren van Andel. Het Koninklijk Besluit is ingeschreven in het geboorteregister van Wijk en Aalburg van 1848 onder nummer 12: 



De consequentie van dit besluit is dat sinds 1847 vader en zoon verschillende achternamen hebben. Een tweede voorbeeld. Op 10 september 1881 trouwt Arie Smits Kant, geboren Rijswijk 9 april 1856, te Giessen met Adriana Roza: 



De vader van de bruidegom heet Kant en de moeder Smits. Je zou dus verwachten, dat Arie, evenals bovengenoemde Jan, een samengestelde achternaam heeft gekregen. Maar dat is niet zo, zoals blijkt uit zijn geboorteakte:

De voornamen van de bruidegom zijn Arie Smits. De ambtenaar van de burgerlijke stand in Rijswijk heeft er dus geen enkel probleem van gemaakt, om een kind een voornaam te geven, die overduidelijk een achternaam is. Dat was al sinds het begin van de 19de eeuw verboden! Bij bruidegoms met samengestelde achternamen is het dus aanbevelenswaardig de geboorteakten van die bruidegoms te raadplegen. Alleen daaruit blijkt hoe de vork in de steel zit, zoals bovenstaande voorbeelden aantonen: van Doveren van Andel is een samengestelde achternaam, maar Smits Kant niet.