woensdag 20 april 2022

Een bijzondere driedelige samengestelde achternaam (1)

Samengestelde achternamen, die uit drie delen bestaan (elk deel was oorspronkelijk een zelfstandige achternaam), komen niet zo vaak voor. Nog zeldzamer is, dat we voor de oorsprong van één van de drie achternamen, die de samengestelde achternaam vormen, 170 jaar terug moeten in de tijd.  En dat deed zich in het nu volgende geval voor.

De geschiedenis begint met het huwelijk van Jacobus Johannes Lemmers en Charlotte Rebecca von Frijtag op 21 mei 1778 te Bergen op Zoom:

In hetzelfde jaar wordt aldaar op 16 mei 1778 (dus kort vóór het huwelijk) hun dochter Lucretia Johanna Lemmers gedoopt:


 Zij trouwt aldaar op 2 januari 1803 met Johan Drabbe:


Uit dit huwelijk is op 25 juni 1809 aldaar een zoon geboren, met de voornamen Jacobus Joannes Lodewijk von Frijtag:


Zijn vierde voornaam "von Frijtag" heeft hij te danken aan de achternaam van zijn grootmoeder van moederskant.

Hij trouwt op 22 april 1843 te Breda met Antonia Cornelia de Haan :  


In de marge van de huwelijksakte wordt als achternaam van de bruidegom von Frijtag Drabbe vermeld, hetgeen niet juist is, zijn achternaam is Drabbe.

Uit dit huwelijk is op 30 juli 1843 te Breda een zoon Johan Henricus Adrianus Lodewijk geboren:


Deze zoon heeft de achternaam Drabbe, en niet von Frijtag Drabbe, zoals in de marge van de geboorteakte wordt vermeld!

(wordt vervolgd)


woensdag 13 april 2022

Drie kantmeldingen bij een geboorteakte (2)

(vervolg)

Marcus Jacob de Jong, geboren 's-Hertogenbosch 7 februari 1870, de a.s. echtgenoot van Cornelia Johanna Bruijsters, had zich met zijn moeder (weduwe) en broer en zus reeds in 1918 in Den Haag gevestigd, komend van 's-Hertogenbosch (gezinskaarten Den Haag):

 

Pas in 1930 hadden de a.s echtelieden trouwplannen. Echter: de eerste huwelijksakte gedateerd 21 mei 1930, is gedeeltelijk ingevuld en vervolgens doorgehaald:  

De doorhaling heeft waarschijnlijk te maken met het feit, dat zoon Johannes nog niet erkend was door de a.s. bruidegom. Dat gebeurt op 3 juni 1930. Als dat gebeurd is, kan het huwelijk op 4 juni 1930 plaatsvinden:

Onduidelijk is, waarom de erkenning van het kind niet bij het huwelijk heeft plaatsgehad.

De echtelieden en hun zoon zijn kort na het huwelijk in het bevolkingsregister ingeschreven: 

Corrnelia Johanna Bruijsters overlijdt op 3 januari 1939 in Wassenaar. 

Haar zoon Johannes de Jong, van beroep transportarbeider, overlijdt op 21 februari 1945 ongehuwd in Den Haag:

Marcus Jacob de Jong overlijdt op 8 april 1945 in Theresienstadt (Tsjecho-Slowakije). Zijn overlijdensakte is pas op 3 juli 1948 in Den Haag ingeschreven:



donderdag 7 april 2022

Drie kantmeldingen bij een geboorteakte (1)

Drie kantmeldingen bij een geboorteakte komen niet zo vaak voor. Maar het gebeurde in 1905 in de geboorteakte van Johannes Bruijsters. Hij werd op 22 juni 1905 te 's-Hertogenbosch geboren als zoon van de ongehuwde moeder Cornelia Johanna Bruijsters, zonder beroep, wonende te 's-Hertogenbosch:

De drie kantmeldingen luiden als volgt:

1 Het in deze akte vermelde kind is erkend door Cornelia Johanna Bruijsters bij akte verleden voor den Ambtenaar van den Burgerlijken Stand alhier op heden den een en twintigsten Februari negentien honderd zeven. De ambtenaar van den burgerlijken stand van 's-Hertogenbosch Raats

2 Het kind in deze akte vermeld is erkend door Marcus Jacob de Jong bij akte verleden voor den Ambtenaar van den Burgerlijken Stand te 's-Gravenhage den derden Juni jongstleden 's-Hertogenbosch den zesden Juni negentien honderd en dertig. De ambtenaar van den burgerlijken stand van 's-Hertogenbosch Raats

3 Op den vierden Juni jongstleden is te 's-Gravenhage voltrokken het huwelijk tusschen: Marcus Jacob de Jong en Cornelia Johanna Bruijsters. 's-Hertogenbosch den zesden Juni negentien honderd en dertig. De ambtenaar van den burgerlijken stand Raats  

Uit de kantmeldingen valt op te maken, dat de moeder het kind in 1907 heeft erkend en dat bijna 25 jaar na de geboorte haar a.s. echtgenoot Marcus Jacob de Jong het kind in 1930, één dag voor zijn huwelijk met de moeder, heeft erkend.

Wat zou er toch gebeurd kunnen zijn?

Cornelia Johanna Bruijsters, geboren 's-Hertogenbosch 28 maart 1881, bevalt voor de eerste keer op 5 december 1902 te 's-Hertogenbosch van een dochter Cornelia Johanna:

Deze dochter wordt door de moeder op 21 februari 1907 erkend, tegelijk met de eerdergenoemde zoon Johannes:

Cornelia Johanna Bruijsters bevalt voor de tweede keer op 26 november 1903 te Utrecht van een dochter Jacoba, zij is dan dienstbode en woont te 's-Hertogenbosch:

Zij erkent dit kind niet. Jacoba Bruijsters overlijdt op 21 januari 1904 te 's-Hertogenbosch:

Cornelia Johanna vertrekt op 6 december 1918 met haar twee kinderen Cornelia Johanna en Johannes naar Leiden (bevolkingsregister 's-Hertogenbosch 1910-1920, deel 3, blad 47):


 

Dochter Cornelia Johanna, van beroep kantoorbediende, overlijdt op 3 februari 1920 te Leiden:

Cornelia Johanna vertrekt kort daarna op 19 februari 1920 met haar zoon Johannes naar Den Haag (Bevolkingsregister Leiden 1890-1924 wijk X, blad 29): 

 

Inschrijving in Den Haag:

 

(wordt vervolgd)

donderdag 31 maart 2022

Bossche koek in de krant (3c)

(vervolg) 

Op 9 augustus 1897 verschijnt het volgende bericht in de Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant (PNHC):

De firma Blom is benoemd tot hofleverancier.

Twee weken later komt de PNHC van 21 augustus 1897 met een nieuwe verrassing:

De firma Blom is niet alleen hofleverancier, maar ook de oudste stoomkoekfabriek te 's-Hertogenbosch, haar oprichting dagtekent van 1680. Waar dat jaartal op gebaseerd is, is mij een volslagen raadsel.

Twee maanden later adverteert R. Blom met vermelding van hofleverancier in de PNHC van 26 november 1897:

Een jaar later verschijnt er weer een advertentie, deze keer met vermelding van het oprichtingsjaar 1680 (PNHC van 23 november 1898):

Dan blijft het even stil tot januari 1900: dan krijgt R. Blom vergunning van de gemeente voor het oprichten van een koekfabriek in de Berewoutstraat (PNHC van 30 januari 1900):

In november 1905 brandt de koekfabriek aan de Berewoutstraat af (PNHC van 21 november 1905):


De heer Blom gaat niet bij de pakken neerzitten en krijgt van de gemeente vergunning voor de oprichting van een nieuwe koekfabriek aan de Sint-Janssingel (PNHC van 3 maart 1906):  

Enkele weken later biedt hij het terrein der afgebrande koekfabriek te koop of te huur aan (PNHC van 19 maart 1906):


 Op 24 maart 1911 adverteert R. Blom in de PNHC voor Bossche Koek:

Op 19 juli 1911 verschijnt een soortgelijke advertentie, waarin echter deze keer 1680, het jaar van oprichting, wordt genoemd: 

Daarna blijken de zaken niet zo goed te gaan: In de PNHC van 8 april 1913 wordt de koekfabriek ter overname aangeboden:

Er is blijkbaar niemand in een overname geïnteresseerd geweest. Drie jaar later valt het doek voor de koekfabriek en wordt het faillissement uitgesproken (PNHC van 24 juni 1916):

Henricus Johannes Maria Blom overlijdt op 29 januari 1927 te 's-Hertogenbosch en is dan handelsagent:


 

donderdag 24 maart 2022

Bossche koek in de krant (3b)

 (vervolg)

Uit het huwelijk van Antonius Joannes Blom en Johanna Maria Lansdaal zijn zes kinderen geboren, allen te 's-Hertogenbosch: 

1 Henricus Johannes Maria, geboren 29 mei 1865

2 Antonius Adrianus Maria, geboren 26 mei 1867

3 Maria Laurentia, geboren 27 oktober 1869

4 Elisabeth Francisca Maria, geboren 2 september 1871

5 Josephina Huberdina Maria, geboren 31 december 1873, overleden 3 maart 1876

6 Petrus Hubertus Maria, geboren 3 juni 1876

Vader Antonius Joannes Blom is bij de geboorte van deze kinderen steeds meester koek- en banketbakker. De eerste twee kinderen worden geboren in de Fonteinstraat wijk A nummer 292, de laatste vier in de Fonteinstraat wijk A nummer 272.

Antonius Joannes Blom adverteert zeer zelden; ik vond slechts twee advertenties, in de Provinciale Noordbrabantsche 's-Hertogenbosche Courant (PNHC) van respectievelijk 31 januari 1865 en van 24 september 1867:


 Op 25 maart 1882 verschijnt de volgende advertentie in de PNHC:


 Antonius Joannes Blom overlijdt op 30 september 1889 te 's-Hertogenbosch en is dan koekenbakker:

De PNHC van 12 augustus 1892 vermeldt, dat er brand is geweest in de suikerkamer boven de bakkerij van de firma Blom:

Johanna Maria Lansdaal, weduwe van Joannes Blom, overlijdt te 's-Hertogenbosch op 17 juni 1893 en is dan koek- en banketbakster:

De oudste zoon Henricus Johannes Maria Blom trouwt op 15 oktober 1894 te 's-Hertogenbosch met Charlotta Isabella Maria Verhulst, geboren 's-Hertogenbosch 25 oktober 1872, hij is dan koek- en banketbakker:

Uit hun huwelijk zijn zes kinderen geboren, allen te 's-Hertogenbosch:

1 Henricus Antonius Maria, geboren 9 december 1895

2 Maria Johanna Jacoba, geboren 7 februari 1897

3 Petrus Wilhelmus Maria, geboren 13 juli 1898

4 Jacoba Maria Elisabeth, geboren 29 juli 1899

5 Elisabeth Gerardina Maria, geboren 28 november 1903

6 Cornelis Jacobus Maria, geboren 10 augustus 1907

Bij de eerste twee kinderen is de vader koekbakker, bij het derde t/m het vijfde kind koekfabrikant en bij het zesde kind fabrikant.

Het eerste kind is geboren in de Fonteinstraat wijk A nummer 294, de volgende vier kinderen in de Vughterstraat wijk G nummer 9 en het jongste kind aan de Kloostersingel (de latere van der Does de Willeboissingel) wijk N nummer 69.

Henricus Johannes Maria Blom krijgt van de gemeente in 1896 vergunning voor het oprichten van een koek- en banketbakkerij in het pand Vughterstraat G 9 (PNHC 4 juli 1896): 

Kort hierna verhuist hij naar de Vughterstraat (PNHC 13 juli 1896):

Op 7 juni 1897 adverteert hij voor het eerst in de PNHC:


(wordt vervolgd)