donderdag 19 oktober 2017

De nieuwe huisnummering te 's-Hertogenbosch in 1909 (2)

Alle nu volgende advertenties zijn afkomstig uit de Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant.
De heer Delmee had een winkel in gloeikousjes in de Ridderstraat wijk A 311. En hij adverteerde heel vaak in de krant op een bijzondere manier, nl. een advertentie in dichtvorm, zoals in de krant van 14 september 1908:


Nóg een advertentie van Delmee in dichtvorm in de krant van 16 november 1908:


In het volgende gedicht uit de krant van 30 augustus 1909 komt de nieuwe huisnummering ter sprake, Ridderstraat A 311 werd voortaan Ridderstaat 11:




In een advertentie van 6 september 1909 wordt slechts het nieuwe huisnummer vermeld, Hinthamerstraat 69:


Een advertentie uit de krant van 13 oktober 1909 vermeldt weliswaar een oud en een nieuw nummer, maar bij het oude nummer wordt geen wijkletter vermeld, Fonteinstraat 290 krijgt als nieuw nummer 1, het volledige oude nummer was Fonteinstraat wijk A 290 (zie omnummeringslijst):


Een advertentie van 11 oktober 1909 vermeldt het volledige oude nummer en het nieuwe nummer, Vuchterdijk wijk I 117 wordt nummer 14:


(wordt vervolgd)

donderdag 12 oktober 2017

De nieuwe huisnummering te 's-Hertogenbosch in 1909 (1)

In 1909 krijgt de gemeente 's-Hertogenbosch een nieuwe huisnummering. De huizen worden sindsdien per straat genummerd en dat waren de Bosschenaren niet gewend.

De voorgeschiedenis

Er was vermoedelijk al sinds 1742 sprake van een huisnummering te 's-Hertogenbosch, waarbij de huizen per wijk (blok) werden genummerd. Bij elk huis hoorde ook een straatnaam. In de 18e eeuw bestond  's-Hertogenbosch uit negen wijken, geletterd A t/m I. De indeling in wijken was gebaseerd op de armenblokken, die al in de 16e eeuw bestonden:


Deze plattegrond is ontleend aan het boekje, geschreven door Ton Kappelhof met als titel: Armenzorg in Den Bosch De Negen Blokken 1350-1810, uitgegeven door Stichting Matrijs te Utrecht in 1983.

Aan het begin van de 19e eeuw komt er een nieuwe wijk bij: het dorp Orthen, dat voorlopig nog zonder wijkletter aangeduid wordt. Vóór 1909 werden de huizen per wijk doorlopend genummerd, er was dus nog geen sprake van een even nummering aan de ene kant van de straat en een oneven nummering aan de andere kant. Dat zou pas in 1909 gebeuren. De volgorde van nummering per wijk ging als volgt: Men begon bij het eerste huis in een belangrijke straat en dat huis kreeg nummer 1. De buurman kreeg nummer 2 en als er dan een zijstraat kwam, ging men eerst de huizen in die zijstraat nummeren, bijvoorbeeld van 3 tot en met nummer 24. Nummer 25 was dan weer een huis in de hoofdstraat. Zo kon het gebeuren dat de huizen in de Hinthamerstraat genummerd waren 1 t/m 10 en dat de volgende huizen in diezelfde Hinthamerstraat genummerd waren 25 t/m 50. Bij de nummers 11 t/m 24 in dezelfde wijk hoorde een andere straatnaam, bijvoorbeeld Korte Waterstraat (de hier genoemde nummers zijn fictief). Daar kwam nog bij dat sommige straten op de grens van twee wijken lagen: De ene kant van de straat hoorde bijvoorbeeld bij wijk H, de andere kant bij wijk I. Het gebeurde ook dat het eerste gedeelte van een bepaalde straat hoorde bij een andere wijk dan het tweede gedeelte. Een ingewikkeld systeem dus. Tot 1860 bleef de indeling in wijken, gebaseerd op de armenblokken, bestaan. In 1860 kwam er een totaal andere wijkindeling. De wijkletters A t/m I bleven bestaan, en het dorp Orthen kreeg toen een eigen wijkletter nl. K. De indeling van de wijken A t/m I had niets meer te maken met de oude indeling , gebaseerd op de armenblokken. Zo kon het gebeuren dat een straat die vóór 1860 in zijn geheel in wijk C lag, maar sinds 1860 voor een deel in wijk A, voor een tweede deel in wijk D en voor een derde deel in wijk F. In de jaren 1860-1909 zijn er door stadsuitbreidingen nieuwe wijken bijgekomen, geletterd L t/m O. Kort vóór de invoering van de nieuwe huisnummering in 1909 bestond 's-Hertogenbosch dus uit 14 wijken, geletterd A t/m O (de letter J werd niet gebruikt, omdat deze teveel op een I leek).

 De nieuwe nummering

In de Provinciale Noord-Brabantsche en 's-Hertogenbossche Courant (PNHC) van 21 juli 1909 verscheen het volgende bericht betreffende de verordening van 12 juli 1909 op het nummeren der huizen:


De nieuwe huisnummering werd in het gemeenteblad van  2 augustus 1909 gepubliceerd, zoals blijkt uit de PNHC van 3 augustus 1909:


De nieuwe huisnummering was daarna nog enkele keren onderwerp van discussie in de gemeenteraad, zoals in de vergadering van 19 augustus 1909, gepubliceerd in de PNHC van 21 augustus 1909:


Ook in de vergadering van de gemeenteraad van 18 november 1909 kwam de nieuwe huisnummering ter sprake volgens het bericht in de PNHC van 20 november 1909:


De lijst van nieuwe huisnummers met daarbij de vermelding van de oude is digitaal beschikbaar op de website http://www.bossche-encyclopedie.nl/huisnummeromnummering%201909/a.htm


In de geboorteregisters van 1909 wordt de nieuwe adresaanduiding van de ene op de andere dag ingevoerd:



Akte 990 van 27 oktober 1909 vermeldt als geboorteadres Tweede Korenstraatje wijk B 391, akte 991 van 28 oktober Zuid-Willemsvaart wijk L 109 en akte 992 van 28 oktober Uilenspiegel wijk E 98 (dit straatje bestaat nu niet meer, maar lag toen in de buurt van de huidige Windmolenbergstraat).


Akten 993 t/m 995 zijn alle gedateerd 29 oktober en vermelden als geboorteadressen de nieuwe adressen Muntelwal 2, Achter den Vergulden Truiffel 8 en Muntelwal 5, geen wijkletters meer dus.

In de registers van overlijden van 1909 is niets van een nieuwe huisnummering te merken: sinds 1898 wordt in de overlijdensregisters geen adres meer vermeld van het huis, waarin de overledene is overleden.

Wat ik me afvroeg is, of er in krantenadvertenties melding wordt gemaakt van de nieuwe en/of oude huisnummers. En dat blijkt inderdaad het geval. Daarover meer in de volgende twee blogs.

donderdag 5 oktober 2017

Twee bijzondere gevallen van overlijden in 1876 te Orthen (gem. 's-Hertogenbosch)

Orthen is een dorp, dat hoort bij de gemeente 's-Hertogenbosch. In Orthen bevindt zich de begraafplaats van 's-Hertogenbosch. In Orthen overleden in 1876 twee personen onder bijzondere omstandigheden. Op 3 juli 1876 overleed aldaar Walterus van Sprang. Hij is volgens de overlijdensakte in het gehucht Orthen nabij de begraafplaats overleden en woonde op het Hinthamereind:


De aangifte van overlijden geschiedde door twee politieagenten en dat is bijzonder te noemen. Naar aanleiding van het overlijden van Walterus van Sprang verscheen in de Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant (PNHC) van 4 juli 1876 het volgende korte bericht:


Meer informatie vermeldde dezelfde krant twee dagen later op 6 juli 1876:


Nog geen drie maanden later overleed te Orthen op 26 september 1876 Daniel Oepen. Hij is volgens de overlijdensakte op de begraafplaats overleden en woonde aan de Tweede Nieuwstraat (dat is nu de Sint Josephstraat):


En ook dat had een bijzondere reden zoals blijkt uit het bericht in de PNHC van 28 september 1876:


In de Maasbode van 1 oktober 1876 verscheen naar aanleiding van het overlijden van Daniel Oepen het volgende bericht:


donderdag 28 september 2017

Een gouden bruiloft na 49 jaar huwelijk

Op 30 augustus 1826 trouwen in Den Haag Henderik van der Burg en Jeannette Henriette Agatha Rousseau du Croissi:


46 jaar later verschijnt de volgende advertentie in de Provinciale Noord-Brabantsche en 's-Hertogenbossche Courant (PNHC) van 31 augustus 1872:


De redactie van die krant wijdt er in dezelfde editie een artikel aan:


Het is op zijn minst bijzonder te noemen aandacht te besteden aan een 47-jarig huwelijk, zeker als het echtpaar feitelijk 46 jaar getrouwd is. Drie jaar later verschijnt in dezelfde krant in de editie van 28 augustus 1875 de volgende advertentie:


Ook nu besteedt de redactie in dezelfde editie een artikel aan de gouden bruiloft:


Feitelijk zijn de echtelieden pas 49 jaar getrouwd. De echte gouden bruiloft vindt in 1876 plaats, maar die zal wel niet gevierd zijn. De echtelieden zijn 56 jaar getrouwd geweest. Hendrik van der Burg overlijdt op 25 februari 1883 te Rijswijk (ZH) volgens een advertentie in de PNHC van 1 maart 1883:


Zijn weduwe overlijdt op 23 juni 1896 in Den Haag.

donderdag 21 september 2017

Tragische gebeurtenis te Oudkarspel

Op 6 mei 1883 trouwen Cornelis Bood en Grietje Kroon te Oudkarspel:


Hun huwelijk zou nog geen twee jaar duren. Op 2 april 1885 overlijden beide echtelieden op hetzelfde tijdstip te Oudkarspel:


Zij zijn beiden in het water overleden. Bijzonder is dat het water, waarin zij verdronken zijn, blijkbaar geen naam had, daarom wordt er een kadastrale aanduiding vermeld. Er moet sprake zijn geweest van verdrinking en dat blijkt ook uit het artikel dat in De Tijd van 6 april 1885 verschijnt:


De werkgever van Cornelis Bood plaatst de volgende advertentie in het Nieuws van den Dag van 8 april 1885:


De ouders van Cornelis Bood en de moeder en stiefvader van Grietje Kroon plaatsen in dezelfde krant op dezelfde dag de volgende advertentie:



K. Kroon Az. is Klaas Arienszoon Kroon, de tweede echtgenoot van Antje Slotemaker, de moeder van Grietje Kroon, met wie zij op 25 november 1875 te Oudkarspel trouwt. 
In het Nieuws van den Dag van 11 april 1885 wordt de volgende dankbetuiging geplaatst:


donderdag 14 september 2017

Je wordt niet zomaar 105 jaar

Op 15 februari 1843 trouwen te Hillegom Petrus Kastien en Joanna van Roode:


Opvallend is dat de bruidegom ondertekent met de achternaam Castien. De huwelijksbijlagen zijn helaas niet bewaard gebleven, waardoor we niet precies weten wanneer Petrus gedoopt is. Uit dit huwelijk worden te Bloemendaal drie kinderen geboren met de achternaam Castien en zij zouden die achternaam blijven behouden. Joanna van Roode is op 18 april 1863 te Bloemendaal overleden. In haar overlijdensakte is de achternaam van haar echtgenoot gespeld als Castien. Haar weduwnaar trouwt als Petrus Kastien voor de tweede maal, op 3 februari 1864 te Bloemendaal met Johanna Maria van der Elst. Ook nu ondertekent hij de akte met de achternaam Castien:


Uit de bijlagen bij de huwelijksakte blijkt, dat men niet precies wist, wanneer Petrus geboren is. Hij is op 28 of 29 mei 1805 geboren (lees gedoopt) en in de Sint-Bavokerk te Haarlem gedoopt:


Ook het doopboek van de Sint-Bavokerk vermeldt als doopdatum 28 of 29 mei 1805:

Zijn tweede echtgenote overlijdt op 14 november 1872 te Hillegom en ook dan wordt haar echtgenoot Castien genoemd. En dan horen we een tijd niets van Petrus tot aan zijn 105ste verjaardag, niet in 1910, maar al in 1900, zoals het Algemeen Handelsblad van 9 juni 1900 weet te melden:


Al vrij spoedig blijkt, dat Petrus niet 105 jaar is geworden in 1900, maar slechts 95. De correctie is o.a. gepubliceerd in het Nieuwsblad van het Noorden van 22 juni 1900:


Petrus Kastien overlijdt op 28 januari 1901 te Hillegom in de ouderdom van 95 jaar:


donderdag 7 september 2017

Het ontstaan van de achternaam Peereboom Voller (3)

Leendert, de tweede zoon van Jan Peereboom Voller, geboren Alkmaar 17 juli 1809, trouwt op 7 december 1837 te Haarlem met Anna Elisabeth Bolleurs. Net zoals zijn broer Pieter trouwt hij met een merkwaardige naam: Leendert Peereboom Voller zich schrijvende Voller, hij tekent de akte als L. Voller:




In de geboorteakten van bijna al hun kinderen heet hij Leendert Peereboom Voller, alleen bij het eerste kind Anna Elisabeth, geboren Haarlem 21 juli 1838, heet hij Leendert Voller:


Deze dochter trouwt als Anna Elisabeth Voller op 3 augustus 1861 te Opmeer met Douwe Jans Swart:


De eerste keer, dat bij deze tak van de familie de achternaam Peereboom Voller, zij het officieus, wordt vermeld, is in de overlijdensakte van Leenderts zoon, eveneens Leendert geheten, die op 24 mei 1859 te Terschelling overleed:


Daarmee is er nog geen einde gekomen aan het ingewikkelde verhaal over het ontstaan van de familienaam Peereboom Voller. Want wat is het geval? Leenderts dochter Anna Elisabeth, wordt op 5 februari 1875 te Haarlem moeder van een zoon Willem Fredrik, de vader is Douwe Jans Swart, dat vermeldt althans de akte:


In de marge van de akte staat, dat Douwe Jans Swart het vaderschap ontkent, hetgeen blijkt uit het vonnis, dat in 1876 in het geboorteregister van Haarlem is ingeschreven. In de marge van dezelfde akte staat vermeld, dat de moeder eigenlijk Anna Elisabeth Peereboom Voller heet.
Het vonnis volgt hierna:


Uit het vonnis blijkt, dat Douwe Jans Swart sinds 1868 in Nederlands-Indië verblijft en dus onmogelijk de vader kan zijn van Willem Fredrik. De rechtbank is het met hem eens. Consequentie van het vonnis is dat Willem Fredrik voortaan Voller als achternaam heeft. Merkwaardig genoeg trouwt hij op 5 augustus 1909 te Amsterdam als Willem Fredrik Peereboom Voller met Adriana de Jong:


Uit de bijlagen bij de huwelijksakte blijkt, dat kort voor het huwelijk bij beschikking van de rechtbank te Haarlem op 22 juni 1909 de achternaam van Willem Frederik gewijzigd is in Peereboom Voller:


Opmerkelijk genoeg wordt deze naamswijziging niet in de geboorteakte van Willem Fredrik vermeld (zie hierboven). De achternaam Peereboom Voller is dus officieel als achternaam geregistreerd in 1842, 1860 en 1909 en officieus in 1859.
Deze onwettige tak van het geslacht Peereboom Voller is niet genoemd in jaargangen 1947 en 2010/2011 van Nederlands Patriciaat.